We zijn om 06.30 waker. Veel vogelgeluiden. Lichte regen- en windgeluiden vanaf de veranda. TV NZ geeft aan dat de buitjes begin van de ochtend zijn overgewaaid.
Vandaag staat in het teken van een bezoek aan Dunedin. Maar eerst willen we onze excursie voor morgen, een tour in twee delen, die ons laat kennismaken met de Albatros, verzekeren. We gaan op pad naar het Royal Albatros Centre op de NO punt van het schiereiland, om te kijken hoe en hoe laat we het beste kunnen reserveren voor morgen. Het Centre is nog gesloten. We lopen kort rond op de forse parkeerplaats en lopen een stukje over het afgebakende terrein. 2 zaken vallen op: er zijn geen Albatrossen te zien. Wel veel meeuwen.
Niet geheel duidelijk is of deze immense vogels hun activiteiten parallel laten lopen met het Royal Centre, en dus nog gesloten zijn, of dat we gewoon niet goed hebben gekeken. (Er was overigens niet al te veel wind en onze gastheer [werkzaam bij het Royal Albatros Cente] heeft al aangegeven dat de beste Albatros tijd is als er veel wind is..)
Het tweede dat opvalt is de bebording van het terrein, in meer talen, zeer behulpzaam, maar je zou toch zeggen dat zelfs Chinezen en Japanners hun eigen taal wel herkennen.
Het reserveren/navragen van het 2e onderdeel van de geplande Albatros expeditie is de Monarch vaarreis. Per schip een rondvaart van zeker 2 uur, vanuit thuishaven Hangout Point (ook in het NO-en) om de Albatrossen vanuit zee aan te vallen en te observeren. We gaan uit van een schip á lá Calypso van Jacques Cousteau, maar omdat ook hier de receptie nog gesloten was hebben we daar geen zekerheid over.
Afijn, morgen gaat goed komen, we gaan zeker Albatrossen zien!
We rijden naar Dunedin via de Highcliff Road. De “normale” weg over het schiereiland, Portobello Road, loopt langs de kust. Highcliff Road zegt het al: bovenop de Ridge van de heuveltoppen! Wat een geweldige uitzichten! Smalle tweebaansweg (2 passerende EcoSport past nét) met vergezichten en gelukkig ook ruimte voor wat (veel) schaapjes!
We parkeren net buiten het centrum, parkeerplaats vinden is geen probleem. Bij de heerlijk koffie in één van de vele zaakjes op het Octagon Square valt weer op hoe vriendelijk en behulpzaam we steeds worden ontvangen. Een soort onbevangen en oprecht geïnteresseerd, moet zeker ook komen dat het hier niet barst van de toeristen.
We bezoeken de St.Paul Cathedral en de First Church en bekijken het Edwin Burks Statue.
3 zaken die niet al te ver uit elkaar liggen en het moet gezegd: die kerken doen me niet zo veel, dat beeld is er een van velen, maar we worden aangenaam getroffen door een Doedelzak speler die in de First Church aan het jammen is met de organist! Liederlijk vals, maar vol overgave horen we Amazing Grace voor Orgel en Zak. Het geheel hebben we integraal opgenomen en zal binnenkort op You Tube kijkcijfers gaan breken!
We lunchen bij Madam Woo, Chinese and Malaysian Food en genieten van voortreffelijke Beef Rendang met jasmijn rijst en Chicken Curry met rijst en naan. Smaakgeweld tussendoor.
Het begin van de middag brengen we door in het Settlers Museum. De Museum jaarkaart werkt niet, het systeem hier is dat er geen toegangsprijs wordt gevraagd. Wel zo simpel. Het museum laat de geschiedenis zien van de oorspronkelijke Maori bewoners en de settlers. Van de Maori’s is niet veel meer over dan een steen die bij aanraking zorgt voor een betere gezondheid. Geïnspireerd door de Irene Brigade (bomen) laat P. zich deze kans niet ontglippen en de Maori Brigade is geboren..
Of het steenknuffelen de objectieve waarneming heeft vertroebeld weten we natuurlijk niet precies, maar nader onderzoek lijkt op zijn plaats.
Vertroebeld werd onze blik zeker aan het eind van de middag bij het bezoek aan Baldwin Street, geroemd als de meest steile straat ter wereld. D.w.z., P. die verreweg het meest aan die steen had gezeten werd bijna onwel van deze straat. Ikzelf had meer op met de Ford. Uiteraard geen koppelmonster, maar na stilstand op deze weg weer gewoon verder gaan lukte gewoon niet… slippende voorbandjes en gepruttel onder de motorkap… Even terug naar een nét iets minder steil gedeelte (achteruit) bracht de oplossing en we hebben de top bereikt. Gelukkig niet veel auto’s of toeristen, slechts enkele selfie nemende Japanners aan de voet van de weg.